Over de drempel
Haar moeder was een vrouw die veel over had voor de mensen in haar kring. Lief, zorgzaam en betrokken, vooral richting haar gezin. Ze was iemand die liever op de achtergrond bleef, maar altijd klaarstond voor de mensen van wie ze hield. Voor haar vader zorgde ze met toewijding. Ze was gek op haar gezin: een echte moeder. In de basisschooltijd van haar dochters werkte ze nog niet; daardoor was ze er altijd. Tijdens de lunchpauze stond er steevast een tafel vol eten klaar, tot in de puntjes verzorgd. De ontmoeting tussen haar ouders was bijna filmisch. Zij woonde destijds in Groningen en via haar broer kwam hij met haar in contact. Het was haar moeder die de eerste stap zette: ze stuurde hem stoer en spontaan een mailtje. Niet lang daarna kwam hij bij haar thuis eten. Hij hield van koken en had zijn specialiteit meegenomen; een pan met gehaktballen en een goede fles wijn. Maar het ging niet helemaal zoals gepland. Bij binnenkomst struikelde hij over de hoge drempel en de pan met gehaktballen viel op de vloer. Haar moeder moest lachen en was vanaf dat moment verkocht. Beiden waren eerder getrouwd geweest, maar ze vonden in elkaar vonden de rust en het geluk waar ze beiden zo lang naar hadden gezocht. Afgelopen zomer stapte haar moeder plots uit het leven. Zonder waarschuwing, zonder brief, zonder afscheid. Alleen een stilte die dagenlang in huis bleef hangen...
Het was een onwerkelijke tijd, vol vragen waarop geen antwoorden kwamen. Pas later kwam het besef dat er signalen waren geweest. Ze was vaak ziek, maar durfde niet naar de dokter. Haar jeugd was zwaar geweest: haar vader overleed toen ze twaalf was. Samen met haar broer en moeder moest ze verder, iets wat diepe sporen naliet. Ze liep destijds bij een psycholoog, maar het verdriet uit die tijd leek nooit helemaal verdwenen. “Als je me een jaar geleden had verteld dat dit zou gebeuren, had ik het niet geloofd,” zegt ze. Aan de buitenkant leek alles goed. Juist dat maakt het moeilijk te bevatten. De dag dat ze haar
moeder vond, staat in haar geheugen gegrift. Sindsdien krijgt ze begeleiding van een psycholoog via Defensie, waar ze werkt. Ook haar jongere zusje volgt daar een opleiding. Open praten over gevoelens is niet iets wat ze van huis uit heeft meegekregen. Haar vriend heeft haar geholpen om haar emoties niet langer weg te stoppen, maar te delen. Op aanraden van hem en haar psycholoog is ze begonnen met schrijven. Ze schrijft over wat ze haar moeder nog had willen zeggen, over herinneringen die ze niet wil verliezen. In de sessies met haar psycholoog praat ze over wie haar moeder was, wat ze haar heeft meegegeven, en hoe ze die verbinding levend kan houden. In het begin waren de nachten zwaar. De beelden bleven in haar hoofd ronddwalen en slapen lukte nauwelijks. Langzaam heeft ze manieren gevonden om rust te vinden. Ze brengt veel tijd door met haar vader; samen gaan ze vaak golfen, iets wat hen dichter bij elkaar heeft gebracht. Ook rijdt ze graag motor en dat doet ze op de motor van haar moeder. Tijdens die ritten, als de weg onder haar door glijdt, maakt ze haar hoofd leeg. Soms stopt ze bij een mooie plek langs de kant van de weg om even te zitten en te denken. Haar vader reageerde in het begin vooral boos. Boos dat hun moeder hen alleen
had gelaten, vol onbegrip, over het waarom. Iedereen rouwt op zijn eigen manier, maar het raakte haar hoe open hij uiteindelijk werd. Voor het eerst hoorde ze hem zeggen hoe erg hij haar miste en hoe leeg het huis voelde zonder haar. Inmiddels gaat het beter met hem. Hij plant weer activiteiten en gaat vaker de deur uit. De band tussen hem en zijn naasten is hechter dan ooit. In haar omgeving merkt ze dat niet iedereen weet hoe ze met haar om moeten gaan. Alleen de mensen die écht dichtbij staan durven het gesprek aan te gaan, maar anderen blijven op afstand. “Soms zie je dat mensen weten wat er gebeurd is, maar ze zeggen niets. Alsof ze bang zijn om iets verkeerds te doen,” zegt ze. Haar advies: voel aan wat iemand nodig heeft. Soms is een open vraag fijn, soms juist een luchtig gesprek. Je kunt het eigenlijk nooit helemaal goed of fout doen. Haar tip voor anderen die een groot verlies meemaken is eenvoudig maar eerlijk: “Doe dingen die je blij maken en wees niet te hard voor jezelf. Je valt niemand lastig door te delen wat je voelt.” Ze kijkt anders naar mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt. Ze vertelt zich nu te realiseren hoe belangrijk het is om te praten en om hulp te zoeken als dat nodig is. Je hoeft het niet alleen te dragen.